Sint Jeroen en het bedevaartsoord
De oudste sporen van bewoning in Noordwijk-Binnen dateren van rond 2000 voor Christus, maar de geschiedenis op papier begint met een Schotse monnik.
- Priester Jeroen (847): in 847 kwam de Schotse benedictijn Jeroen naar Noordwijk, waar hij een kapel bouwde en missiewerk deed.
- Onthoofd door Noormannen (856): in 856 werd Jeroen door plunderende Noormannen gevangengenomen en gemarteld, en op 17 augustus 856 onthoofd.
- Een pelgrimskerk: rond 980 verrees ter ere van Jeroen een romaanse kapel, die in 1303 werd vervangen door een grote stenen kerk, de voorloper van de huidige Oude Jeroenskerk.
- Bedevaartsoord (1429): in 1429 verhief de bisschop van Utrecht Noordwijk officieel tot bedevaartsoord; het belangrijkste relikwie was een schedel die aan Sint Jeroen werd toegeschreven.
- Brand en Reformatie: in 1450 verwoestte een grote brand Noordwijk-Binnen en de kerk; met de Reformatie in de 16e eeuw kwam een einde aan de bedevaarten, en de schedel is sindsdien spoorloos.
Twee Jeroenskerken: de oude kerk werd protestants, en aan het eind van de 19e eeuw bouwden de katholieken een nieuwe Sint-Jeroenskerk, waar in een altaar nog beenderen van de heilige bewaard worden.
Van Northgo tot Noordwijk
De naam Noordwijk heeft een lange weg afgelegd, en het dorp was bijna een stad geworden.
- Nortgo (889): Noordwijk wordt voor het eerst genoemd op 4 augustus 889, toen graaf Gerolf werd beleend met Nortgo, de gouw ten noorden van de Rijn.
- Veel namen: door klankveranderingen werd het Nortege, Norteke, Nortic en Nortdijc, totdat de naam tussen 1459 en 1541 naar het voorbeeld van buurdorp Katwijk veranderde in Noordwijk.
- Even een stad (1398): op 1 april 1398 gaf graaf Albrecht van Beieren op verzoek van enkele bewoners stadsrechten aan Noordwijk, maar op 12 maart 1399 trok hij ze weer in.
- Geen muren: daardoor kreeg Noordwijk nooit stadsmuren of poorten en bleef het een ambachtsheerlijkheid, bestuurd door een schout en schepenen.
Bomschuitvissers en de vuurtoren
Aan zee woonden vanaf ongeveer 1200 vissers, die eeuwenlang met hun platboomde bomschuiten vanaf het strand uitvoeren.
- Vuren in de duinen (1444): vanaf 1444 werden op de plek van de huidige vuurtoren vuren gestookt, zodat vissers na zonsondergang hun strand terugvonden.
- Een flinke vloot (1474): in 1474 telde Noordwijk 38 schepen, die vooral haring, kabeljauw, schelvis, wijting en schol vingen; in Noordwijk-Binnen maakten lijnbanen het touw.
- Het einde van de visserij: beperkingen in de Franse tijd en daarna, gebrek aan reders en lage inkomsten deden de visserij krimpen, en in 1913 voer de laatste bomschuit uit.
De vuurtoren (1923): na een stenen torentje uit 1854 werd in 1921 en 1922 de huidige vuurtoren gebouwd naar ontwerp van Otto Jelsma; op 1 augustus 1923 ging het licht voor het eerst aan en liep het hele dorp uit.- De laatste wachter: Dick van Dee was van 1954 tot 1986 de laatste Noordwijkse vuurtorenwachter; sinds 1980 is de toren een rijksmonument.
Zeeërs, Binders, kruiden en bollen
Geloof en beroep scheidden eeuwenlang de vissers aan zee van de tuinders in Noordwijk-Binnen.
- Geuzen en katholieken: Noordwijk aan Zee werd na de Reformatie protestants en leverde in de Tachtigjarige Oorlog veel geuzen, die het zwaar te verduren kregen, terwijl het katholieke Noordwijk-Binnen werd ontzien.
- Zeeër of Binder: nog altijd voelen vooral oudere Noordwijkers zich een Zeeër of een Binder.
- Het kruidencentrum: de kruidenteelt begon in het middeleeuwse Sint-Barbaraconvent, en in de 18e en 19e eeuw was Noordwijk-Binnen het belangrijkste kruidencentrum van Nederland, met handel via Amsterdam.
- Van kruiden naar bollen (1880): toen chemische geneesmiddelen de kruiden verdrongen, bleek de zandgrond ideaal voor bloembollen, en in korte tijd vestigden zich zo'n 250 kwekers met tulpen, narcissen en gladiolen.
Leven op de boerderij: in Streekmuseum Veldzicht, een boerderij uit 1858, ziet u hoe er vroeger in Noordwijk werd geboerd en gekweekt. Bloeiende Bollenstreek: elk voorjaar kleuren de bollenvelden achter de duinen, met de Keukenhof als beroemdste bloemenpark.
De Bloemenbadplaats van Europa
In 1866 begon de geschiedenis van Noordwijk als badplaats, eerst voor de rijke elite en later voor iedereen.
- Badkoetsjes (1866): omdat zeewater een geneeskrachtige werking zou hebben, kwamen badgasten met een koetsje naar het strand, waar badmannen hen in zee hielpen.
- Een villawijk in de duinen (1883): in 1883 kocht de Maatschappij Noordwijk tot exploitatie van Duingronden duingrond aan de zuidkant, waar tuinarchitect Dirk Wattez een boulevard van ruim 1200 meter met slingerende villastraten ontwierp.
- Huis ter Duin: rond diezelfde tijd werd de eerste paal geslagen voor Huis ter Duin, het grand hotel dat uitgroeide tot het visitekaartje van Noordwijk.
- Met de tram naar zee (1885): van 22 juni 1885 tot 7 oktober 1960 reed er een tram naar Leiden, tot 1912 een stoomtram en daarna de elektrische Blauwe Tram, die het strand voor iedereen bereikbaar maakte.
Strand en bloemen: de combinatie van het brede strand en de kleurrijke bollenvelden maakte Noordwijk tot de Bloemenbadplaats van Europa; het Museum Noordwijk vertelt dit verhaal.
Atlantikwall en het moderne Noordwijk
In de 20e eeuw kreeg ook Noordwijk te maken met de oorlog, en daarna groeide het uit tot een internationale badplaats.
De Atlantikwall: in de Tweede Wereldoorlog werd de kust bij Noordwijk onderdeel van de Duitse Atlantikwall; in een voormalige bunker in de duinen vertelt het Atlantikwall Museum dit verhaal.- Ruimtevaart: in de duinen bij Noordwijk staat het Europese ruimtevaartcentrum ESTEC, waarvan bezoekerscentrum Space Expo de geschiedenis van de ruimtevaart laat zien.
- Eén gemeente (2019): op 1 januari 2019 fuseerde Noordwijk met Noordwijkerhout, waartoe ook het dorp De Zilk behoort.
- Toerisme: Noordwijk aan Zee telt jaarlijks ruim een miljoen overnachtingen en ontvangt vaak internationale congressen en sportploegen.








